gastenboek
gastenboek

Thema

In 't Vaarthuis wordt veel geknutseld, gezongen en gedanst.
We werken rond thema's die voor de kinderen belangrijk, uitnodigend en stimulerend zijn.
Voorbeelden hiervan zijn de 4 seizoenen, kabouters, Sinterklaas, Kerst en Nieuw, moederdag, vaderdag,...
 

Lente

 

Cognitieve activiteiten:

 

Waarnemingsactiviteiten:

Tijdens de waarnemingsactiviteiten worden er eerst concrete en herkenbare materialen aangeboden. Dit kan bijvoorbeeld tijdens een lentewandeling. De kinderen krijgen dan de kans om allerlei didactisch materiaal rond het thema te bekijken. Tijdens zo’n lentewandeling wordt er besproken en bekeken, geroken en gevoeld,…

Daarna kunnen er ook minder bekende materialen worden aangeboden.

Pas daarna wordt het thema besproken aan de hand van foto’s, prenten, kijkboeken,…

De waarnemingsactiviteiten kunnen over verschillende dagen gespreid worden.

 

Taalactiviteiten:

Prentenboekjes en verhaaltjes vertellen:

“Karel in de lente.”

“Jules in de lente.”

“Vosje in de lente.”

“Bloemen van Jules.”

“Rupsje nooit genoeg.”

“Nijntje op de fiets.”

 

Eenvoudige poppenkast:

 

“Krakra en de lente.”: Krakra wil heel graag bloemen zaaien, maar weet niet zo goed hoe dat moet. Gelukkig komt alles uiteindelijk op zijn pootjes terecht.

 

“Lente in kabouterland.”: De kabouters zij zo blij dat het weer lente is. Ze krijgen zin om bloempjes te gaan zaaien. Eén zaadje doet het heel goed, maar het andere zaadje blijkt iets heel speciaal te zijn. Woont er een bloemenfee in?

 

Cognitieve spelletjes:

 

Zoekzakje: een doos of een zak waaruit elke peuter om de beurt iets uithaalt en benoemt, ook de kleur kan benoemd worden en de materialen  kunnen onderling vergeleken worden qua grootte, kleur,…

Om het moeilijker te maken kan de kinderbegekinderbegeleidster op voorhand opdrachtjes geven in plaats van de kinderen vrij iets te laten nemen.

 

Kimspel: er liggen twee of drie voorwerpen op tafel die toegestopt worden met een doek. De kinderbegekinderbegeleidster spreekt een toverspreuk uit en haalt dan het doek weg samen met één van de voorwerpen.De kinderen benoemen welk voorwerp weg is en zoeken het terug in het doek.Moeilijker wordt het wanneer er twee voorwerpen van plaats verwisseld worden of wanneer het verdwenen voorwerp op de juiste plaats moet worden teruggelegd.

 

Memory van echte bloemen.

 

Memory van bloemen.

 

Lotto van bloemen.

 

Dierendobbelsteen: de kinderen mogen om de beurt met de dobbelsteen gooien. Daarna benoemen ze het dier en vertelllen ze aan de kinderbegeleidster alles wat ze al over het dier weten? Bijvoorbeeld het geluid van het dier nabootsen, mss legt het dier wel eieren, of geeft het melk, …

 

Identificatiespel: Zoek het juiste kind bij de juiste moeder, bijvoorbeeld het lammetje hoort bij het schaap, het kalf bij de koe, het veulen bij het paard, …

 

Dieren lotto.

 

 

Muzikale activiteiten:

 

Themaliedjes en dansjes:

 

“Hier komt de rups par die par daf.”; rondedans: alle kinderen vormen een lange rij achter elkaar (= de rups)  en stappen tijdens het liedje rond en voeren de nodige bewegingen uit.

 

“Vlindertje fladder maar heen en weer.”; uitbeeldlied: alle kinderen krijgen een stokje met een vlindertje op of ze zijn zelf de vlindetjes en moeten tijdens het lied rondwandelen door de ruimte. Op het einde van het lied moeten de vlindertjes op een bloemetje gaan neerzitten.

 

“Schaapje, schaapje.”

 

“Boer wat zeg je van mijn kippen?”

 

“Er liggen bolletjes in de grond.”

 

“Ei, ei, ei een bloem en een bij.”

 

“Ik weet dat de lente komt.”

 

“Als de lente.”

 

“In de lente voel ik kriebels.”

 

“Krokusbolletje.”

 

“Mari Marijne, Mari Maron.”

 

“Een zonnebloem.”

 

“Lammetje,lammetje, lammetje.”

 

Al deze liedjes worden steeds op de blokfluit gespeeld en kunnen gewoon door de kinderbegeleidster gezongen worden in de kring, begeleid worden met materiaal,…

Bij enkele van deze liedjes kunnen de peuters tijdens het zingen bepaalde zaken uitbeelden.

 

Motorische activiteiten:

 

Hindernissenparcours: de kinderen leggen allerlei hindernissen af met een gietertje in de hand. Op het einde van het parcours wordt hun gietertje gevuld met water en mogen ze een plantje water geven.

 

Hindernissenparcours: de kinderen leggen allerlei hindernissen af. Op het einde van het parcours liggen er verschillende gekleurde papieren bloemen. De kinderen mogen er één uitnemen en moeten het nu bij de juiste kleur leggen.

 

Bij mooi weer kunnen de kinderen ook reis rond de wereld doen in de tuin.

Waar zit de vlinder.

 

Plastische activiteiten:

 

Blaadjes in een boom: stempelen met de vingertjes.

 

Paardenbloem of pluizenbloem: stempelen met oorstokje.

 

Paardenbloem: stempelen met een vork.

 

Margriet : bloemblaadjes plakken.

 

Hyacint : stempelen met kurkenstop.

 

Hyacint: plakken met snippers.

 

Blauwe druifjes: plakken met crepe papier.

 

Bloemen maken uit cup-cake papiertjes.

 

Vlinders: snippers plakken tussen lamineerpapier.

 

Rupsje van een eierdoosje: vingerverven.